Werkboek Inferentiële Statistiek (IS)

Opzet van het statistiekpracticum

Het is de bedoeling dat je de stof van de hoorcolleges oefent aan de hand van de oefeningen. Elk practicum sluit aan op de stof van de voorgaande hoorcolleges. De practicumtoets bestaat uit opdrachten die vergelijkbaar zijn met de opdrachten van het practicum en wordt ook met behulp van de computer afgenomen.

Moeilijkheidsgraad van oefeningen

De oefeningen bij een bepaald onderwerp zijn geordend naar moeilijkheidsgraad. De eerste oefeningen zijn vaak sterk gestuurd. Er wordt precies aangegeven welke deelvragen je moet beantwoorden. De laatste oefeningen van een (deel-)onderwerp zijn meestal erg open. Dit is het soort vragen dat je ook bij de practicumtoets kunt verwachten.
Wen jezelf aan om systematisch alle stappen van de analyse (beschrijven, bewerken, beoordelen en beantwoorden) te doorlopen, ook wanneer de oefening daar niet expliciet om vraagt.

Oefeningen maken

Voor elk onderwerp is er een reeks oefeningen. Via de inhoudsopgave, het zwarte venster aan de linkerkant, kun je het onderwerp selecteren, waarvoor je oefeningen wilt maken. Het volgnummer van het onderwerp geeft het nummer van het practicum aan. Wanneer je op een onderwerp klikt, verschijnt er een lijst met genummerde oefeningen, die zoals gezegd oplopen naar moeilijkheidsgraad.
Oefeningen met een ster (*) zijn aanbevolen oefeningen die je in ieder geval moet maken om de stof te beheersen.
De laatste oefeningen bij elk practicum zijn alleen verplicht voor studenten in de honours/excellentiegroep. Dit zijn oefeningen met handmatige berekeningen op grond van een data matrix.

Oefening

Wanneer je in de inhoudsoefening een oefening aanklikt, wordt er in het hoofdscherm - het scherm waar je nu deze tekst leest - een document geladen met de opdracht. De opdracht bevat altijd een tekst met een korte introductie en een of meer vragen. Verder zijn er binnen de opdracht soms links naar hints, die je helpen bij het beantwoorden van de vragen, en links naar het antwoord.

Gegevens

Om een oefening te kunnen maken, heb je meestal een gegevensbestand nodig. De naam van het gegevensbestand staat direct onder de tekst van de oefening. Wanneer je op de naam van het bestand klikt, kan er een dialoogscherm verschijnen waarin je moet aangeven of je het gegevensbestand wilt bewaren op schijf (disk) of dat je het meteen wilt openen. Kies voor het laatste en je zult zien dat SPSS, het software-pakket om de statistische analyses uit te voeren, automatisch wordt opgestart en 'gevuld' wordt met de gegevens die je moet analyseren. Je kunt dus direct aan de slag.
Wanneer er geen dialoogscherm wordt getoond maar de inhoud van het SPSS bestand wordt rechtsreeks op de plek van de opgave getoond, dan moet je met de rechter muisknop op de link naar het gegevensbestand klikken en dan kiezen voor 'Save target as'/'Doel opslaan'. Je slaat dan het SPSS gegevensbestand eerst op een schijf op en van daar af open je het in SPSS.

We adviseren om tussen twee oefeningen SPSS niet af te sluiten. Wanneer je de gegevens van een volgende opdracht opvraagt, kun je de gegevens van de vorige oefening in SPSS gewoon vervangen; je kunt dus met No antwoorden op de vraag Save contents of Data Editor?.

Hints en antwoord

Hints die uitleggen hoe je met SPSS moet werken, staan bovenaan de inhoudsopgave onder 'Werken met SPSS'. Hints over de statistische analyses die je bij de opgaven moet uitvoeren of over de wijze waarop je rekenopgaven met de hand maakt, staan in de inhoudsopgave bij het onderwerp waarover zij gaan.
Wanneer je op de link naar een hint of antwoord klikt, wordt de bijbehorende hint of het antwoord getoond in het (lichtgrijze) scherm rechts. Je kunt dit scherm breder of smaller maken door de scheiding met het middelste deel van het scherm te verslepen met de muis. Je kunt natuurlijk ook het totale scherm van het werkboek groter maken of kleiner maken door met de randen van het scherm te slepen.
Mocht je daarna nog vragen hebben over het juiste antwoord, dan kun je die tijdens de practicumbijeenkomst aan de docent stellen.

Logboek

Het is de bedoeling dat je de antwoorden die je zelf geeft bij de oefeningen, noteert in een logboek zodat je ze kunt controleren aan het antwoord dat bij de oefeningen wordt geleverd. Dit kan een gewoon schrift zijn, maar je kunt ook een logboek maken met behulp van een tekstverwerker, bij voorkeur met Word. In dat geval moet je het document wel telkens op de netwerkschijf of op de memorystick bewaren. De PC's in de PC-zalen worden elke avond grondig schoongemaakt: alle bestanden worden verwijderd.
Maak voor elke oefening die je met SPSS uitvoert,een syntax-bestand, zodat je achteraf precieskunt zien hoe je de oefening hebt uitgevoerd. We raden aan om alleen relevante SPSS-commando's in de syntax op te nemen: haal achteraf verkeerde of overbodige commando's uit de syntax. Maak je syntax leesbaarder door bij commando's commentaar te zetten waarin je aangeeft wat je met dit commando bedoelt. SPSS vat een regel die begint met een * en eindigt met een . (punt) op als commentaar.

Zelfwerkzaamheid

Je zult niet altijd genoeg hebben aan de twee practicum-uren om voldoende oefeningen te maken. Je zult oefeningen ook in je 'eigen' tijd moeten maken. Dat kan niet alleen via PCs in de computerzaal, maar vanaf elke computer met toegang tot internet. Het oefeningenboek staat namelijk op een via Blackboard toegankelijke web-pagina. De computer waarmee je werkt, moet dan wel voorzien zijn van een internet-browser, een aansluiting op het internet en tenslotte moet SPSS 17.0 of hoger geïnstalleerd zijn. Studenten kunnen het statistisch pakket SPSS kopen bij www.surfspot.nl.
Je kunt het werkboek ook op je eigen computer installeren zodat je zonder internet kunt werken. De onderstaande link verwijst naar een ZIP bestand dat je op je eigen computer moet uitpakken. Open dan de file werkboek.htm in een webbrowser. VERANDER NIETS AAN DE NAMEN VAN FILES EN DIRECTORIES.
Ingepakt werkboek voor installatie thuis.